Vier succesfactoren betaalbare warmte-oplossing voor woningcorporaties

In de warmtetransitie spelen woningcorporaties een belangrijke rol als startmotor voor aardgasvrije wijken. Detlef Meijer, manager business development bij Firan, zet de succesfactoren voor een betaalbare aardgasvrije warmte-oplossing op een rij.

In heel Nederland zijn gemeenten aan de slag met de Transitievisie Warmte, die de wijken aanwijst die als eerste van het aardgas afgaan. De landelijke ambitie is dat in 2050 alle zeven miljoen woningen aardgasvrij zijn. De verduurzaming van de woningvoorraad van woningcorporaties speelt daarbij een belangrijke rol. De deelname van corporaties aan plannen voor gemeentelijke warmtenetten vergroot de slagingskans van de projecten. Daarnaast zorgt de aansluiting van corporatiewoningen op een warmtenet ervoor dat een wijk grotere stappen maakt op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving.

De betaalbaarheid van de overstap naar een aardgasvrije warmte-oplossing, zoals een warmtenet, is een terugkerend onderwerp van gesprek. Huurders betalen naast de maandelijkse lasten voor het verbruik ook het jaarlijkse vastrecht. Woningcorporaties hebben te maken met de eenmalige bijdrage in de aansluitkosten (BAK) voor een warmtenet. De hoogte van de BAK – en het aantal woningen dat de overstap naar het warmtenet maakt – zijn van grote invloed op de financiële ruimte voor verduurzaming, renovatie en onderhoud van de woningvoorraad.

Betaalbaar voor iedereen

In allerlei steden in Nederland werken partijen inmiddels aan duurzame, betrouwbare en toekomstbestendige warmte-oplossingen, die voor iedereen betaalbaar zijn. Zo maken de gemeente Haarlem, Firan en de woningcorporaties Elan Wonen, Pré Wonen en Ymere plannen om een open warmtenet te realiseren in het Haarlemse stadsdeel Schalkwijk. De drie woningcorporaties zien mogelijkheden om alle 5.200 gestapelde woningen die zij verhuren in Schalkwijk op het warmtenet aan te sluiten. Ook het gemeentelijke vastgoed zal worden aangesloten. In de toekomst maken mogelijk ook particuliere huiseigenaren in Schalkwijk gebruik van het warmtenet. In een werkgroep inventariseren de gemeente en de woningcorporaties gezamenlijk wat er nodig is om de toekomstige aansluiting op het warmtenet kostenneutraal te realiseren. De business case ontwikkelt zich daarbij als een dynamisch document waarover de betrokken partijen steeds een open gesprek voeren.

Vier succesfactoren voor kostenneutrale realisering

Een betaalbare aardgasvrije warmte-oplossing is natuurlijk altijd een kwestie van maatwerk. Maar de ervaringen in Haarlem – en in andere steden waar grote aantallen corporatiewoningen op een nieuw warmtenet worden aangesloten – hebben inzichten opgeleverd die zeker ook op andere plekken in het land toepasbaar zijn.

De vier succesfactoren voor woningcorporaties die de aansluiting op een warmtenet kostenneutraal willen realiseren:

  1. Kijk naar de koppelkansen
  2. Zoek het commitment
  3. Leer van de koplopers
  4. Werk samen met de wijk
  1. Kijk naar de koppelkansen

De mogelijkheden voor koppelkansen bij werkzaamheden in de bodem, ondergrond en openbare ruimte zijn een veelgebruikt startpunt voor de ontwikkeling van een haalbare business case voor een nieuw warmtenet.

Zo maakt woningcorporatie Plavei gebruik van het momentum in de Bloemenbuurt in Didam om de wijk ook duurzaam en aardgasvrij te maken. Er worden huizen gerenoveerd, en woningen gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Tegelijkertijd wordt de openbare ruimte opnieuw ingericht. De vernieuwing geeft een impuls aan de plannen voor een warmtenet voor de buurt. In Meerwijk, onderdeel van stadsdeel Schalkwijk in Haarlem, wordt de vervanging van de riolering gecombineerd met de aanleg van de ondergrondse leidingen voor het warmtenet. Ook de bestrating en het groen in de wijk worden aangepakt. De gemeente verwacht dat er een besparing van twintig procent mogelijk is op de totale kosten voor de partijen die in de ondergrond aan het werk gaan.

De uitdaging bij de combinatie van verschillende werkzaamheden is om de processen en planningen van de diverse betrokkenen op elkaar af te stemmen. Er wordt doorgaans gewerkt langs verschillende sporen, met elk een eigen planning, besluitvormingstraject, financieringsaanpak en manier van werken.

  1. Zoek het commitment

In Schalkwijk hebben de drie woningcorporaties, die verreweg het grootste deel van het vastgoed in het stadsdeel in bezit hebben, zich bestuurlijk gecommitteerd aan het toekomstige warmtenet. De corporatiewoningen worden in eerste instantie de belangrijkste afnemers van de stadsverwarming. Pas na de aansluiting van de corporatiewoningen wordt het warmtenet uitgebreid naar het particuliere eigendom. Het streven om het totale vastgoed van de corporaties aan te sluiten, bepaalt daarmee in belangrijke mate de business case voor het nieuwe warmtenet.

Hierbij is het commitment van de gemeente natuurlijk ook van belang. Voor woningcorporaties zijn de investeringen voor de overstap naar een warmtenet vaak een heikel punt. Vooral als er eerst extra isolatie en andere ingrijpende gebouwaanpassingen nodig zijn. De gemeente heeft dan een belangrijke regisserende rol om tot een sluitende business case te komen en de voordelen van de collectieve oplossing voor het voetlicht te brengen. In Schalkwijk is bijvoorbeeld gekozen voor een warmtenet met een middelhoge temperatuur, dat in de eerste jaren nog hoge temperaturen levert. De bestaande bouw krijgt daarmee de tijd om te verduurzamen en vernieuwen, zonder dat ingrijpende en kostbare isolatie noodzakelijk is. In Didam worden de woningen in de Bloemenbuurt voorzien van een modulair warmtesysteem, dat de inzet van gasgestookte voorzieningen uitfaseert in lijn met de ontwikkeling van het lokale warmtenet.

  1. Leer van de koplopers

De warmtetransitie is in volle gang en best practices liggen nog niet voor het oprapen. Toch valt er al veel te leren van koplopers, zoals de proeftuinen van het Programma Aardgasvrije Wijken en de vernieuwende projecten met een nieuwe generatie warmtenetten.

In het Nijmeegse stadsdeel Dukenburg, dat in 2018 als een van de eerste proeftuinen is aangewezen, heeft de gemeente in samenwerking met bewoners en andere stakeholders een wijkwarmteplan opgesteld voor Zwanenburg. Onderdeel van het traject is een zoektocht naar een business case voor een warmtenet waar alle betrokkenen achter staan.

Ook voor het open warmtenet in Zaanstad is veel belangstelling. In Zaanstad kunnen in de toekomst alle bedrijven met restwarmte – en andere leveranciers van duurzame warmte – onder dezelfde voorwaarden gebruik maken van het warmtenet. Het warmtenet is een samenwerking tussen woningcorporaties, Verenigingen van Eigenaren, ENGIE als warmteleverancier, Bio Forte als warmteproducent, en Warmtenetwerk Zaanstad B.V als het netwerk voor de distributie en het transport van de warmte.

De kennisuitwisseling tussen verschillende wijken belooft de komende jaren alleen maar verder toe te nemen. Naarmate gemeenten stappen maken met de Transitievisie Warmte, gaat de thematiek van warmtenetten namelijk steeds meer leven. Dat geeft een extra stimulans aan open gesprekken over de lokale warmtetransitie: over de plannen, de timing van de overstap, en de duurzaamheid, betrouwbaarheid én betaalbaarheid van warmtenetten.

  1. Werk samen met de wijk

De ontwikkeling van een nieuw warmtenet voor bestaande woningen heeft onvermijdelijk gevolgen voor de bewoners. Er vinden werkzaamheden in de buurt plaats, en er veranderen voorzieningen in de woning. De samenwerking met de wijk is daarom een belangrijke succesfactor voor de realisatie van een warmtenet. Woningcorporaties staan voor de opgave om huurders te informeren over de veranderingen in en rond de woning, en te overtuigen van de voordelen van de aansluiting op het warmtenet. Zeventig procent van de huurders moet immers instemmen met de overstap naar stadsverwarming.

In Schalkwijk heeft de gemeente een klankbordgroep ingesteld met de woningcorporaties en de bewoners – huurders én eigenaren – om steeds voeling te houden met wat er speelt in de wijk. Hoe zien zij de situatie en welke knelpunten ervaren zij? Mensen zijn niet altijd te overtuigen met cijfers en feiten. De introductie van gasgestookte cv-ketels in de vorige eeuw is ook niet te vergelijken met de energietransitie van nu. Het genuanceerde verhaal vertellen over de duurzaamheid, het comfort én de kosten van warmtenetten – dat is een van de grootste uitdaging waar we nu allemaal voor staan.

Een open infrastructuur als uitgangspunt

Omdat Firan als publieke partij een maatschappelijk rendement hanteert, zijn we in staat om betaalbare oplossingen te realiseren. Onze open netten met onafhankelijk netbeheer, die toegankelijk zijn voor meerdere bronnen, leveranciers en gebruikers, leveren in de exploitatiefase een gezonde concurrentie op, met een positieve impact op de duurzaamheid, betrouwbaarheid én prijs.

De omschakeling van een op aardgas gebaseerde warmtevoorziening naar duurzame alternatieven is complexer dan alle andere energietransities die we ooit eerder hebben meegemaakt. Maar met een doordachte aanpak komen we tot warmtenetten die op alle fronten de concurrentie met aardgas zeker aankunnen. Niet alleen wat betreft de betrouwbaarheid en duurzaamheid, maar ook als het gaat om een betaalbare oplossing voor woningcorporaties en hun huurders.

Detlef MeijerManager Business DevelopmentMeer over Detlef

Meer weten?

Firan helpt lokale partijen met de realisatie van open en onafhankelijke energie infra.

Hoe kijken woningcorporaties zelf aan tegen de opgave van de overgang naar aardgasvrij wonen? Een gesprek met Joost Ruissen, projectleider bij Pré Wonen. Sinds 2012 is hij de spil tussen Pré Wonen, Firan en de gemeente Haarlem, voor het collectief warmtenet in Schalkwijk.

Whitepaper: De ontwikkeling van een warmtenet

Vul uw gegevens in en ontvang de whitepaper ‘De ontwikkeling van een warmtenet’ per e-mail.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.