De ontwikkeling van warmtenetten: de gemeente als facilitator, (mede)eigenaar en aanbesteder

Warmtenet woonwijk Firan

Gemeenten met plannen voor een warmtenet staan voor de uitdaging om de samenwerking binnen de lokale warmteketen te regisseren en organiseren. Wat zijn de voor- en nadelen van de verschillende organisatievormen – en wat zijn de aandachtspunten en succesfactoren bij de opdrachtverstrekking? Detlef Meijer van Firan en Sanne Meelker van de gemeente Wageningen vertellen over de issues, ervaringen en oplossingen.

Bij de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van een warmtenet vervult de gemeente verschillende rollen – van concessieverlener tot mede-eigenaar. Wat is de beste positie om meters te maken met de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving? “Als je snelheid wilt maken met de energietransitie dan moet er een overheid aan de lat staan om een actieve bijdrage te leveren: met participatie in een warmtenet, of via leningen en subsidies voor individuele oplossingen”, zegt Sanne Meelker, projectleider duurzaamheid en warmtetransitie van de gemeente Wageningen.

“We zouden de ontwikkeling van een lokaal warmtenet in principe volledig kunnen overlaten aan de markt, maar de mate van participatie en sturing door lokale partijen en afnemers die wij voor ogen hebben wordt door marktpartijen niet zomaar opgepakt.”

Lokaal warmtenet als serieuze optie

De Gelderse gemeente Wageningen, waar ongeveer de helft van de 14.000 woningen in het bezit is van woningcorporaties, heeft relatief veel hoogbouw met collectieve gasgestookte ketels. Wageningen is ook een relatief compacte stad, en er zijn potentiële warmtebronnen in de buurt. “Een lokaal warmtenet is dan ook al in een vroege fase van het gemeentelijke onderzoek naar de uitfasering van aardgas in beeld gekomen als serieuze optie”, vertelt Meelker. “Een collectieve oplossing heeft voor ons een belangrijk voordeel ten opzichte van individuele aanpakken: als het warmtenetwerk er eenmaal ligt, dan kan je echt grote stappen zetten met de warmtetransitie. Maar de voorbereidingen duren jaren en vereisen intensieve samenwerking tussen diverse partijen. En dan komen er ook nog eens complexe vragen over de aanbesteding van de aanleg van het warmtenet op tafel.”

“Het is logisch dat het thema aanbesteden bij dergelijke complexe ontwikkeltrajecten op de agenda van de gemeente staat”, zegt Detlef Meijer, manager business development van Firan. “Veel gemeenten denken dat een aanbesteding altijd verplicht is. Maar er zijn goede mogelijkheden voor inbesteding en quasi-inbesteding.”

In Wageningen zou voor de ontwikkeling van de infrastructuur van een nieuw warmtenet een warmtenetwerkbedrijf met publieke partijen kunnen worden opgericht, waardoor er sprake kan zijn van een vrijstelling van de aanbestedingsplicht.

“In combinatie met de samenwerking met publieke partijen zoals Firan en de provincie ontstaat een open warmtenet met onafhankelijk netbeheer, dat verschillende bronnen, leveranciers en afnemers onder gelijke voorwaarden toegang geeft tot het net.”

Detlef Meijer, manager business development van Firan

Eén gemeente met verschillende petten

Wageningen ziet een aandeelhouderschap in een warmtenetwerkbedrijf – samen met Firan, de provincie Gelderland en een warmteleverancier – als een mogelijk organisatiemodel. Meelker: “De definitieve keuze is nog niet gemaakt en daarin hebben afnemers en corporaties natuurlijk een grote stem. We zouden het liefste samenwerken met een leverancier met een coöperatieve inslag, zodat de afnemers als leden van de coöperatie ook zeggenschap hebben over bijvoorbeeld de bronnen, duurzaamheid en tarieven.” In combinatie met de samenwerking met publieke partijen zoals Firan en de provincie ontstaat dan een open warmtenet met onafhankelijk netbeheer, dat verschillende bronnen, leveranciers en afnemers onder gelijke voorwaarden toegang geeft tot het net.

Als deelnemer aan het warmtenetwerkbedrijf en stakeholder van de coöperatie vervult de gemeente dan verschillende posities in de lokale warmteketen. Meelker ervaart dat niet als een onoplosbaar probleem. “Als gemeente hebben we wel vaker verschillende petten op. In de warmtetransitie spelen we ook diverse rollen tegelijkertijd: zo zijn we de verkenner van de opties voor aardgasvrije oplossingen en regisseur van de verduurzaming van de gebouwde omgeving. En met het gemeentelijk vastgoed zijn we straks ook zelf afnemer in een warmtenet dat we deels in eigendom hebben. Dat klinkt misschien alsof we niet meer onafhankelijk zijn. Maar we staan als gemeente natuurlijk altijd voor het belang van onze inwoners. Daar komt bij dat we als overheid een sterke verantwoordelijkheid voelen om de versnelling van de warmtetransitie te ondersteunen.”

Warmtenetten in Wageningen

In de wijk Noordwest in Wageningen is al jarenlang een kleinschalig warmtenet in gebruik. Het warmtenet is voorzien van warmtekrachtkoppeling en opereert nog niet aardgasvrij. De gemeente maakt plannen voor een grootschalig warmtenet dat gebruik maakt van restwarmte en aardwarmte. De gemeente Wageningen, Tellus Renkum (een consortium van papierfabriek Smurfit Kappa Parenco en ontwikkelaar QNQ), woningcorporatie De Woningstichting, studentenhuisvester Idealis, Wageningen University & Research, bewonerscoöperatie Warmtenet Oost Wageningen, Stichting Wageningen Werkt Duurzaam en Firan hebben daarvoor in 2019 een samenwerkingsovereenkomst getekend. Uit het afvalwater van de papierfabriek zou warmte kunnen worden gewonnen, dat via het warmtenet aan huishoudens en bedrijven wordt geleverd. Daarnaast verkent Smurfit Kappa Parenco de mogelijkheden van ultradiepe geothermie, om warmte te winnen voor de productieprocessen in de papierfabriek. De restwarmte daarvan is inzetbaar voor de verwarming en het warm water voor woningen en andere gebouwen in de omgeving.

Kennis delen met de omgeving

“We verkennen verschillende routes naar een aardgasvrije gebouwde omgeving: we hebben de optie van een warmtenet goed in beeld, maar we zijn nog zoekende naar de precieze organisatie ervan. Daarom delen we graag kennis met gemeenten in de omgeving”, vertelt Meelker. “We werken niet zozeer aan een regionaal net, maar we hebben op lokaal niveau allemaal op een of andere manier te maken met warmtenetten.” Situaties zoals in Rotterdam, waar een raadsonderzoek plaatsvindt naar de miljoenensteun van de overheid aan het warmtebedrijf, zijn voor veel gemeenten een schrikbeeld, signaleert Meijer. “Gemeenteambtenaren hebben een trusted third party nodig die als partner het volledige ontwikkel- en realisatietraject van een warmtenet doorloopt en zo nodig de gemeente ondersteunt bij bijvoorbeeld de selectie van energieleveranciers.”

De Gelderse gemeenten kijken ook naar ervaringen en aanpakken in andere delen van het land. Meelker noemt Purmerend en Zaanstad als inspirerende voorbeelden. Stadsverwarming Purmerend is een integraal warmtebedrijf met de gemeente als enige aandeelhouder. In Zaanstad is een open warmtenet dat naast de bestaande bouw op termijn ook nieuwe woningen en gebouwen op het warmtenet aansluit. In de toekomst kunnen alle bedrijven met restwarmte – en andere leveranciers van duurzame warmte – onder dezelfde voorwaarden gebruik maken van het net. Het warmtenet is een samenwerking tussen woningcorporaties, Verenigingen van Eigenaren, ENGIE als warmteleverancier, Bio Forte als warmteproducent, de gemeente Zaanstad en Warmtenetwerk Zaanstad BV als netbeheerder. Warmtenetwerk Zaanstad, een joint venture van Firan, de gemeente Zaanstad en het Duurzame Energienetwerken Noord-Holland (een samenwerking tussen Firan en de provincie Noord-Holland), realiseert en exploiteert het netwerk voor de distributie en het transport van de warmte.

Zeggenschap en regie over de warmtetransitie

“In Zaanstad hebben we als publieke partijen echt een partnership ontwikkeld om het warmtenet als nutsvoorziening te realiseren en exploiteren”, licht Meijer toe. “De wens van de gemeente om aandeelhouder te worden in het warmtenetwerkbedrijf is ontstaan vanuit de overtuiging dat de zeggenschap en regie over de warmtetransitie dan het beste zijn geborgd. Het aandeelhouderschap van de gemeente in Warmtenetwerk Zaanstad BV dient het belang van de stad. Dat heeft er ook voor gezorgd dat de provincie geïnteresseerd is geraakt om te participeren. De samenwerking tussen de publieke partijen maakt de aanleg van het warmtenet transparant en financieel haalbaar, en zorgt dat ook aansluitingen worden gerealiseerd die niet of minder rendabel zijn.” Inmiddels is ook in onder meer Delft interesse in de Zaanse aanpak.

Regisseur en samenwerkingspartner

“Wij pakken als gemeente graag de rol van regisseur. Die rol zien we echt voor onszelf, al jarenlang”, vertelt Meelker. “Al in de eerste schetsen voor het warmtenet hebben we verschillende partijen aangehaakt om mee te denken. Denk aan VvE’s en scholen langs de route van de toekomstige leiding. Ook woningcorporaties zijn belangrijke partners, die we steeds willen meenemen in de plannen.” Een bijzondere samenwerkingspartner is de Coöperatie Warmtenet Oost Wageningen, kortweg WOW, een coöperatie van buurtbewoners die zich sterk maakt om een warmtenet te realiseren in de Benedenbuurt.

“Net als bij andere complexe verandertrajecten kan het gevoel dat je als gemeente onvoldoende informatie hebt over alle aspecten van een warmtenet verlammend werken. Ga daarom met anderen om tafel”, adviseert Meelker. “Je hoeft als gemeente niet alle kennis zelf in huis te hebben, want er zijn genoeg experts om je verder te helpen. Op die manier kunnen we gezamenlijk – lokaal en regionaal – de warmtenetten realiseren die zo belangrijk zijn om de warmtetransitie te versnellen.”

“We zijn nog in de beginfase van de warmtetransitie en de gevolgen van alle veranderingen zijn niet precies bekend. Daarom is het raadzaam om de manieren van samenwerken en organiseren zo open en flexibel mogelijk te houden”, vult Meijer aan. “Een gemeente kan ervoor kiezen om een integrale aanbieder voor de gehele warmteketen te contracteren. Maar het heeft ook voordelen om de rollen juist op te knippen en verschillende partijen te laten participeren in de lokale warmteketen. Dat vergroot transparantie, maatschappelijk draagvlak, schaalbaarheid en keuzevrijheid. De ervaringen in bijvoorbeeld Zaanstad leren dat het helpt om het proces niet vooraf te strak vast te leggen maar om nadrukkelijk flexibiliteit in te bouwen. Dan ontstaat er ruimte om de keuze voor de samenwerkingspartners en de organisatiemodellen steeds optimaal af te stemmen op de laatste innovaties, inzichten en leerervaringen.”

Whitepaper: De ontwikkeling van een warmtenet

Vul uw gegevens in en ontvang de whitepaper ‘De ontwikkeling van een warmtenet’ per e-mail.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.